Sometimes you win, sometimes you learn

Sometimes you win, sometimes you learn

Een uurtje op de fiets en knock-out in de zetel. Niets meer in de tank, volledig leeggereden. Wat een week. Welkom in de World Tour!

De spanning richting de nationale kampioenschappen en de Giro Rosa stijgt, maar daarvoor vond afgelopen week in Engeland de op één na grootste rittenwedstrijd op de kalender plaats. In de OVO Women’s Tour legde Kasia Niewiadoma haar kaarten op tafel en bevestigden Jolien D’hoore en Sofie De Vuyst overduidelijk waar ze goed in zijn. Samen met hen vormde ik het Belgische trio aan de start. Verschroeiend hard werd er gereden en gestreden, minstens vijf werelden verschil met de kermiskoersen die ik de voorbije maand won. Wat een emoties zijn de jongste weken bij mij de revue gepasseerd!

Een journalist vroeg me hoe het voelde om mijn eerste wegwedstrijd te winnen, maar die gevoelens lijken onbeschrijflijk. Wat ik wel weet, is dat het naar meer smaakte. Sinds mijn aspirantentijd leek ik te wachten op Godot. Jaarlijks pikte ik hier en daar wat overwinningen mee op de piste, in tijdritten en achter derny’s, maar een overwinning in een wegkoers lukte niet. Uiteindelijk liep ik Godot vorige maand dan toch tegen het lijf in de kermiskoers in Sinaai. Na tien jaar wachten en het opstapelen van podiumplaatsen won ik eindelijk mijn eerste wegwedstrijd. De aanhouder wint! Verrassing en ongeloof bij het overschrijden van de finish waren erg groot. Eén en al euforie, die tot mijn verbazing na een tiental minuten al weggedeemsterd was. Er werd me meermaals verteld dat de volgende snel zou komen, maar ik bleef hardnekkig geloven dat de bevestiging nog moeilijker zou zijn. Blijkbaar had ik de grote boost van vertrouwen die de overwinning me zou schenken onderschat en het was alsof de volgende wedstrijd alles als vanzelf ging. Amper zes dagen nadien was ik opnieuw aan het feest in Puivelde en intussen staat de zegeteller op drie.

Sindsdien drijf ik op een wolkje, dat net laag genoeg zweeft om met mijn voeten de grond te raken. Dit laatste is een must. De ene dag ben je nog de beste in koers en heb je zenuwen over de uitkomst van de wedstrijd. De andere dag ben je bij de eerste geloste rensters en heb je stress over je vermogen om de wedstrijd uit te rijden. De zelfzekerheid in kermiskoersen in puur contrast met de twijfels in de Women’s Tour.

Mijn start in de Women’s Tour verliep als gevolg van de kermiskoers in De Pinte en de lange autoreis erg moeizaam. Een klein peloton bestaande uit de vijftien beste ploegen in de wereld aangevuld met twee Britse teams zorgde voor een erg hoog niveau. Van start tot finish het gas open en al snel merkte ik dat deze rittenkoers voor mij niet vlekkeloos zou verlopen. Een tempo zo hoog dat de snelheid van de grupetto aanvoelde als dat van de kopgroep in een kermiskoers. Een serieuze dreun voor het vertrouwen die het moeilijk maakte om positief te blijven denken. Je bent ongelofelijk aan het afzien, maar wilt geen medelijden met jezelf hebben. Je bent al zes keer gestorven, maar probeert elke negatieve gedachte te bannen. Je snakt naar rust, maar bij het zien van de cijfers 75 km op je Pioneer besef je dat je nog niet halverwege de etappe bent. Elk klein positief teken is een sprankeltje hoop dat je bij de volgende hindernis snel weer vergeet.

Dagelijks moesten noodgedwongen een aantal rensters de strijd staken. Na drie regenachtige dagen hadden we 467 kilometer op de teller, maar het moeilijkste stond ons nog te wachten. In de ‘korte’ etappe van 124 km werd de grupetto al na 15 km achtergelaten en in het criterium in Londen vertrokken de rensters van Boels-Dolmans van bij de start in ploegentijdritformatie met alle gevolgen van dien. Onder het motto ‘what doesn’t kill you makes you stronger’ is het me gelukt om te overleven en het einddoel in Londen te bereiken. Dagelijks ging het een stuk beter en met mijn dertiende plaats in het criterium in Londen kon ik op een positieve noot eindigen. Uit het aantal stukken chocoladetaart dat elke avond gulzig opgeschept werd, kon ik afleiden dat ik heus niet de enige was die een erg zware week beleefde. Of je nu sterker bent of niet, het blijft even lastig. Je gaat gewoon sneller!

Een voor een schrijven alle rensters in elke wedstrijd hun eigen verhaal. Een keer ben je een hoofdactrice, een andere keer kom je terecht in een valpartij en nog een andere keer ben je niet meer dan vulling voor het peloton. Elk lid van de karavaan ervaart de wedstrijd anders en pas ’s avonds bij de wafelmachine kom je te weten hoe ‘exciting’ de wedstrijd was, hoe iedereen de dag beleefd heeft en hoe alle rensters – vooraan of achteraan in de karavaan – op hun limieten gekoerst hebben.
 
Afzien of niet, de mix tussen kleine en grote wedstrijden bevalt me en zorgt voor een goede balans tussen resultaten, sterker worden, plezier en leren. De volgende wedstrijd waarin ik benieuwd ben naar mijn belevenissen en emoties en hoop een hoofdrol te spelen? De Belgische kampioenschappen!

Sarah Inghelbrecht

Foto's Alexander Naylor/Alain Sennesael/Roxane Fournier (twitter)

 

BK = ontbijt om 5 uur

BK = ontbijt om 5 uur

I feel Slovenia

I feel Slovenia