Het ovaal

Het ovaal

Het ovaal is slechts 250 meter lang, of moet ik kort zeggen? Op het ovaal worden bloed, zweet en tranen gelaten. Steeds sneller, steeds harder en wanneer alles zwart begint te zien, doen we er nog één herhaling bij. Je voelt elke spiervezel samentrekken. Want dat is het kleine ovaal. Afzien en verzuren.
Maniakaal steeds sneller die 250 meter willen rijden. Telkens opkijken wanneer je voorbij de coach komt en het tempo vasthouden of versnellen. Zelden heb ik een coach met zoveel passie gezien voor de sport als Peter Pieters. Steeds weet hij je te motiveren, maar toch ook de rust te bewaren voor een wedstrijd. Ik leerde in acht weken piste meer van fietsen dan in zes jaar op de weg.

De eerste keren vond ik 500 meter tot 5 kilometer korte afstanden op de piste, maar na enkele weken besef je pas hoe eindeloos 250 meter kunnen zijn. Na drie trainingsdagen op het ovaal zit je levenloos in je zetel. Alles is te veel. En als je denkt dat het went, vergeet het, want de volgende keer is het sneller of harder of meer herhalingen,… Wennen doet het kleine ovaal niet.
Ik heb het voorrecht om met Lotte Kopecky, Kaat Van der Meulen en Gilke Croket de nationale achtervolgingsploeg te mogen vormen. Een keten zo sterk als zijn zwakste schakel. Een discipline waar blind vertrouwen en doorzettingsvermogen ongelofelijk veel waarde hebben.

Op de ploegentijdrit en teamsprint na is dit de enige echte teamdiscipline in het wielrennen. Je rijdt zo kort op elkaar met een hoog tempo, de kleinste stuurfout wordt onmiddellijk bestraft met tijdsverlies of in het ergste geval een valpartij. Focus voor een eindtijd van 4’31” is zo belangrijk. Alles moet kloppen.
Elke wedstrijd hoop je op die feilloze rit waarbij elke renster het tempo kan vasthouden bij elke kopbeurt die ze neemt. Je hoopt op goede aflossingen. Stuur je te laag omhoog in de bocht, dan mag je het vergeten. Stuur je te hoog, dan kan je er misschien nog naartoe. Maar dat zijn hoe dan ook extra inspanningen en die bekoop je in de laatste kilometer. Het ziet er makkelijk uit, maar dat is het zeker niet.

In de scratch, puntenkoers en het omnium worden goede renners gevormd. Op de piste leer je koersen, je leert sturen en je krijgt inzicht in het wedstrijdverhaal. Hier moet je koersen, je kan je niet wegsteken in het ‘peloton’.
Denk maar aan Wiggins, Cavendish, maar ook Jolien D’hoore en Lotte Kopecky. Sterke prestaties op de piste worden doorgetrokken naar de weg. Lotte is een geboren wielrenster. Naast sterke benen heeft ze ook heel wat koersinzicht. Ze is gedreven en weet wat ze wil. De ideale cocktail voor misschien wel een toekomstige wereldkampioene. Ik ben alvast supporter!

Annelies Dom

Foto's MVH

Rustig fietsen in de buurt van Brussel, het kan

Rustig fietsen in de buurt van Brussel, het kan

Een positieve evolutie

Een positieve evolutie