Nathalie Bex: "Niet te veel in één keer willen"

Nathalie Bex: "Niet te veel in één keer willen"

Nathalie Bex was vorig seizoen aan een topseizoen bezig bij de junioren, met onder meer winst in het BK tijdrijden en op de weg, een overwinning in Gent-Wevelgem in het kader van de Nations Cup en ritwinst in de internationaal hoog aangeschreven Nederlandse Energiewacht Tour. Halverwege het seizoen liep ze echter een knieblessure op. Die bleef aanslepen en de 18-jarige Sint-Truidense kwam de rest van het jaar niet meer in actie. Op 23 december werd ze geopereerd. In volle revalidatie blikken we met haar vooruit naar 2017 en haar debuut bij de elite/beloften met Sport Vlaanderen-Etixx-Guill d’Or, maar eerst nog even over die vervelende blessure.

“Ik liep de blessure op terwijl ik aan de slag was met de nationale selectie”, keert Bex terug naar eind juli. “Via de bond kon ik wel snel bij enkele dokters terecht, maar de genomen beelden en echo’s brachten niet meteen duidelijkheid. Je ziet daar ook niet altijd alles op. Ik zou in principe kopvrouw binnen de selectie worden voor het EK en het WK en daarom werd een operatie niet meteen overwogen, maar werd er geprobeerd om mij met andere technieken op te lappen. Dat is echter niet gelukt en pas veel later, na een nieuwe echo, was het dokter Toon Claes die ‘iets’ zag en ontdekte dat het om het prepatellair frictie syndroom ging. De keuze om al dan niet te opereren liet hij aan mij over. Toen ik vroeg naar de eventuele nadelen van een operatie antwoordde hij dat die er eigenlijk niet echt waren, omdat het om drie vliezen op de patella gaat die je niet echt nodig hebt.”

Ondertussen is die operatie effectief uitgevoerd.

Nathalie Bex: “Inderdaad, op 23 december meer bepaald. Na vier dagen mocht ik beginnen met strek- en buigoefeningen, maar ik vond dat iets te vroeg en wachtte tien dagen. Op dag dertien na de operatie gingen de draadjes eruit, ik mocht doorgaan met die oefeningen maar daardoor ging het litteken deels opnieuw open. Ik lag dan een week plat met een brace, zodat ik pas in de tweede helft van januari echt goed kon beginnen revalideren. Ondertussen gaat het echter wel snel de goede kant op. Ik heb uiteraard nog achterstand, maar ik kan het allemaal al wat makkelijker relativeren. In de periode van het WK had ik het een pak moeilijker, want dat was echt mijn belangrijkste doel van het voorbije seizoen. In Qatar had ik wellicht medaillekansen, nu zou het weleens heel lang kunnen duren voor ik nog eens zo’n kans krijg.”

Besef je na deze blessure meer hoe fragiel een carrière als renster kan zijn en hecht je daardoor bijvoorbeeld nog meer belang aan je studies dan vroeger?

“Ik ben al langer actief in de sport en weet dus wel dat je altijd rekening moet houden met blessures. Tenzij er de komende jaren veel verandert, zal je als vrouw ook nooit rijk worden van koersen. Het belang van een diploma – ik doe nu nog Sport en Bewegen en zal wellicht voor LO gaan – kende ik dus al. Ik heb wel een andere les geleerd. Doorgaans luister ik vrij goed naar mijn lichaam, maar als ze je overal nodig hebben, laat je je al eens ompraten. Dat was fout. Ik vreesde dat het verkeerd kon lopen en dat is ook gebeurd.”
“Je moet weten dat ik de eerste helft van het seizoen nauwelijks echt zwaar had getraind, maar vooral op basisconditie had gewerkt. Na de examens, qua trainen sowieso een rustige periode, ging ik dan meteen met de nationale ploeg de piste op. Die discipline is op zich al vrij belastend en als jongste van de groep deed ik mee met de wat oudere dames. Dat heeft me wellicht genekt. In principe kan je die blessure ook oplopen door bijvoorbeeld met je knie tegen je stuur te stoten, maar ik kan me niet herinneren dat dit me de maanden voordien is overkomen.”

Dat halve seizoen zonder competitie maakt de al niet simpele overstap naar de elite en beloften wellicht nog een pak zwaarder?

“Ik kom normaal gezien wel vrij snel op mijn effen zodra ik echt goed kan beginnen trainen. Ik moest ook niet helemaal van nul herbeginnen, omdat ik de laatste drie, vier weken voor de operatie toch al wat mocht fietsen. We zullen wel zien. Ik heb het grote voordeel dat ik totaal geen druk zal voelen om al meteen te presteren. Ik zal rustig beginnen met wat kermiskoersen, zonder top te moeten zijn. Eens op niveau komt het wel in orde.”

Sport Vlaanderen-Etixx-Guill d’Or is ook een ploeg die jonge rensters de nodige tijd geeft om te groeien.

“Precies, daarom ook dat ik voor dit team koos. Zeker voor mijn blessure toonden ook enkele andere, grotere ploegen interesse, maar als jonge renster is het niet altijd verstandig om daar meteen op in te gaan. Je mag niet te veel in één keer willen. Heel concreet waren de meeste voorstellen trouwens nog niet, de belangrijkste koersen om je te tonen bij de junioren moesten immers nog komen. Maar los daarvan vind ik dit een heel goede ploeg voor mij op dit moment van mijn carrière. Ik kan er een mooi programma afwerken in een professionele omgeving zonder de druk te voelen om altijd en overal te moeten presteren.”

Filip De Greef - Foto's Paul Hinninck/MVH

 

Maud Kaptheijns sprint naar winst in Lille

Maud Kaptheijns sprint naar winst in Lille

Geen maat op Marianne Vos in Maldegem

Geen maat op Marianne Vos in Maldegem